Van wintersnoei tot de laatste knipbeurt: kies een maand en bekijk wat er in uw tuin aan de beurt is. De plant, het weer en de groeifase bepalen het precieze snoeimoment.
01
Winter · rustperiode
Januari
De tuin is in rust. Op vorstvrije dagen werken we aan de structuur.
Appel- en perenbomen: wintersnoei voor een open kroon.
Leilinden en dakplatanen: de bestaande vorm onderhouden.
Blauwe regen: zijscheuten terugknippen tot twee à drie knoppen.
Let op: stel snoei uit bij aanhoudende vorst.
02
Winter · voorbereiden
Februari
Rond de wintersnoei af voordat de groei weer op gang komt.
Appel, peer en leibomen: het resterende winterwerk afronden.
Blauwe regen: de winterknip uitvoeren als dat in januari niet is gebeurd.
Bladverliezende siergrassen: oude stengels weghalen vóór de nieuwe uitloop.
Let op: houd rekening met late nachtvorst en kwetsbare nieuwe scheuten.
05
Late lente · na de bloei
Mei
De tuin groeit volop. We houden bij en snoeien wat uitgebloeid is.
Voorjaarsbloeiende heesters: na de bloei snoeien, afgestemd op de soort.
Hagen: beginnen met de eerste knipbeurt als de groei daar om vraagt.
Vormbomen en klimplanten: jonge uitlopers licht bijwerken en leiden.
Let op: controleer op bezette vogelnesten en stel het snoeien daar uit.
06
Vroege zomer · in vorm
Juni
Een goede eerste knipbeurt houdt hagen en vormen verzorgd.
Beuk, haagbeuk en liguster: de haag op de gewenste hoogte en breedte knippen.
Vormbomen en leibomen: uitlopende scheuten licht bijwerken.
Voorjaarsbloeiers: resterende snoei na de bloei afronden.
Let op: kies liefst een bewolkte dag en laat bezette nesten met rust.
07
Zomer · licht onderhouden
Juli
We beperken ons tot gericht onderhoud en snoei na de bloei.
Blauwe regen: lange nieuwe scheuten inkorten tot vijf à zes bladeren.
Klimhortensia: te lange scheuten na de bloei inkorten.
Uitgebloeide vaste planten: waar passend de bloemstelen weghalen.
Let op: vermijd zware ingrepen bij hitte of droogte.
08
Late zomer · tweede knip
Augustus
De zomersnoei houdt de tuin open, compact en netjes.
Hagen: een tweede knipbeurt waar de soort en groei dat vragen.
Blauwe regen: de zomersnoei afronden als die nog niet is gedaan.
Fruitbomen: gericht zomersnoeien voor licht en lucht, passend bij de boomvorm.
Lavendel: na de bloei de bloemstelen en wat groen terugknippen.
Let op: knip lavendel niet tot in het oude, kale hout.
09
Vroeg najaar · bijwerken
September
We ronden het zomeronderhoud af en werken alleen bij waar nodig.
Hagen: vroeg in de maand nog licht bijwerken als de soort dat verdraagt.
Klimrozen: lange scheuten leiden en vastbinden.
Dode, zieke of beschadigde takken: beoordelen en waar nodig verwijderen.
Let op: vermijd een late, zware knipbeurt; nieuwe uitlopers zijn gevoelig voor vorst.
10
Najaar · winterklaar
Oktober
De groei neemt af. We ruimen gericht op en geven de tuin rust.
Klimrozen: losse scheuten vastzetten tegen de wind; geen harde snoei.
Beschadigde takken: controleren en noodzakelijk herstel uitvoeren.
Vaste planten: zo nodig opruimen; stevige stengels en zaadhoofden mogen blijven.
Let op: veel winterresten kunnen tot het voorjaar blijven staan.
11
Late herfst · rust keert terug
November
Na de bladval wordt de takkenstructuur zichtbaar. We snoeien alleen gericht.
Knotwilgen en knotpopulieren: bestaand knotbeheer uitvoeren in de rustperiode.
Dode of gevaarlijke takken: laten beoordelen en zo nodig verwijderen.
Grote bomen: controleren; de soort bepaalt of snoeien nu passend is.
Let op: knot alleen op vorstvrije dagen en volgens het onderhoudsritme van de boom.
12
Winter · controleren en plannen
December
Rust voor de tuin, met aandacht voor veiligheid en het komende snoeiseizoen.
Knotbomen: het geplande onderhoud voortzetten als het weer het toelaat.
Stormschade: gebroken of gevaarlijke takken laten beoordelen.
Bomen en heesters: de wintersnoei plannen op basis van soort en conditie.
Let op: bij aanhoudende vorst stellen we het snoeiwerk uit.
02 / EERST KIJKEN, DAN KNIPPEN
De ene plant is de andere niet.
01
Hortensia’s: herken het verschil.
Een boerenhortensia wordt anders gesnoeid dan een pluimhortensia of ‘Annabelle’. Bij de boerenhortensia haalt u in het vroege voorjaar de oude bloemen weg tot boven een sterk knoppenpaar. Flink terugsnoeien kan de bloei van dat jaar wegnemen.
Pluimhortensia’s en Hydrangea arborescens kunnen in het voorjaar tot een raamwerk van gezonde knoppen worden teruggesnoeid. Controleer dus het etiket of laat eerst vaststellen welke soort u heeft.
Lavendel houdt van een zonnige plek en grond die water goed doorlaat. Een natte, zware standplaats is minder geschikt. Kijk daarom niet alleen naar de bloemkleur, maar ook naar de plek waar de plant komt.
Een jaarlijkse knipbeurt na de bloei, aan het einde van de zomer, helpt de plant compact te houden. Knip de uitgebloeide stelen en wat groen terug. Oud, kaal hout loopt niet gemakkelijk opnieuw uit.
Bladverliezende en wintergroene siergrassen vragen om een andere aanpak. Bij veel bladverliezende, warmteminnende soorten worden de oude stengels in de late winter weggehaald.
Wintergroene soorten worden doorgaans opgefrist door dood blad te verwijderen. Knip ze niet automatisch op dezelfde manier terug. Met de naam van het gras kunt u de passende verzorging bepalen.
Samengesteld met de tuinadviezen van de Royal Horticultural Society. De perioden zijn een uitgangspunt voor een gematigd klimaat; pas ze aan de lokale omstandigheden en uw specifieke plant aan.
In beeld: kerstroos. Een detail uit een tuin in bloei.
LIEVER SAMEN BEKIJKEN?
Uw tuin. Onze aandacht.
Weet u niet waar u moet beginnen? Vertel wat er groeit en wat u wilt aanpakken.